Een interview met snowboarder Casper Wolf

Een kijkje in zijn leven.

Freestyle snowboarder Casper Wolf kwam op 15-jarige leeftijd naar Papendal om zijn dromen na te jagen. Inmiddels is hij 18 jaar en heeft hij al een aantal aansprekende prestaties op zijn naam staan waaronder brons op het WK voor junioren.

Mijn eerste kennismaking met snowboarden was…
“Toen ik 7 jaar oud was. Ik ging op wintersport met mijn ouders en daar heb ik voor het eerst leren skiën. Vlakbij ons huis is een indoor skihal, daar ben ik begonnen met skiën en uiteindelijk ook voor het eerst in aanraking gekomen met snowboarden. Elke maandag trainde ik samen met het team, onder leiding van een vaste trainer. De focus lag toen nog wel op het reguliere snowboarden en het oefenen van de bochten, dit heb ik tot mijn 10e gedaan. Daarna heb ik me aangemeld voor het extreme team, een freestyle snowboardteam.”

Het mooiste aan freestyle snowboarden vind ik…
“Dat er heel veel variatie in de sport zit. Iedereen kan zelf bepalen wat hij of zij wil doen op het parcours. Als iemand hetzelfde trucje als jij doet, dan kan het er bij de ander toch anders uitzien en dat maakt het leuk. Slopestyle is wel mijn favoriete onderdeel, omdat er in het parcours verschillende rails en schansen zijn waarbij iedereen zijn eigen trucjes kan laten zien en zo zelf zijn run kan samenstellen.”

Ik kwam erachter dat ik talent had toen…
“Ik merkte dat ik trucjes best wel snel onder de knie kreeg, en dat dit bij mij makkelijker ging dan bij anderen. Ik ben op mijn 11e bij ‘De Uithof’ terechtgekomen, daar ben ik heel veel gaan trainen en heb ik veel nieuwe dingen mogen leren. De snowboardwereld is ook niet heel groot in Nederland dus iedereen kent elkaar. Uiteindelijk heb ik meegedaan aan de Rookie selectiedag en zo ben ik op mijn 12e bij de jeugdselectie van het Rookie team terechtgekomen. Op mijn 15e ben ik begonnen met trainen op Papendal.”

Ik heb #OpPapendal geleerd…
“Vooral om heel veel te trainen. Toen ik op Papendal kwam wist ik bijvoorbeeld nog niks af van krachttraining, dus op dat vlak heb ik de afgelopen jaren veel geleerd. En ook vooral om de oefeningen die je tijdens de krachttraining uitvoert, toe te kunnen passen tijdens het snowboarden.”

Als ik in de sneeuw zit dan mis ik…
“Toch vooral mijn vrienden en ouders. In onze sport zijn we natuurlijk vaak in het buitenland om in de bergen te kunnen trainen en dan mis ik mijn vrienden en ouders soms best wel. Het afgelopen jaar ben ik alles bij elkaar zo’n 21 weken weggeweest. Het is niet zo dat ik dan heimwee heb, maar als je 6 weken achter elkaar weg bent, dan is het wel lekker om weer naar huis te gaan.”

Het meest dierbaar voor mij is…
“Zeker mijn familie. Ik heb hele lieve ouders die mij in alles steunen en mij laten doen wat ik het liefste doe. Daar ben ik ze heel dankbaar voor.”

Je kunt mij ’s nachts wakker maken voor…
Niks haha. Ik wil eigenlijk helemaal niet wakker gemaakt worden. Het komt gelukkig niet vaak voor dat ik ’s nachts wakker word, maar ik vind het echt heel vervelend als het wel gebeurt. Oké, als het dan echt moet, dan mag je me wel wakker maken als er brand is.”

Ik twijfel weleens aan…
“Of ik het nog wel zie zitten allemaal. Ik moet de sport wel echt leuk blijven vinden, anders heeft het geen meerwaarde voor mij. De twijfel is er omdat ik er best veel voor moet laten. Het is echt niet altijd leuk om zo veel te trainen. Soms heb ik ook een tijdje geen zin in het trainen en de spierpijn. Gelukkig zijn dit maar fases en heb ik daarna altijd weer zin om te gaan trainen. In het begin vond ik het heel moeilijk om te accepteren dat ik heel veel deed voor de sport, maar dat ik dat in de prestaties tijdens wedstrijden niet terug zag. Ik trainde veel meer dan de andere jongens, terwijl zij dan hoger eindigde dan ik. Dat vond ik in het begin erg lastig. Maar in 2018 in Nieuw-Zeeland haalde ik brons op het junioren WK en toen kwam het besef dat ik graag door wil gaan met topsport.”

Mijn droom is…
“Om zo lang mogelijk door te kunnen gaan en topsport ook zo lang mogelijk leuk te blijven vinden. Uiteindelijk wil ik natuurlijk wel op de Olympische spelen staan, dat is echt mijn grootste droom. Maar ik denk wel dat je vooral iets leuk moet blijven vinden om het ook lang vol te kunnen houden.”

2019-12-19T14:24:02+00:0019 december 2019|