Een kijkje in het leven van deze sporter.

Lees het verhaal van Imke en laat je inspireren.

Badmintonster Imke van der Aar (21) uit Arnhem traint dagelijks #OpPapendal om haar droom te bereiken: zich kwalificeren voor de Olympische Spelen in 2024. Ze werkt hard om haar doel te bereiken: de top 16 van de wereldranglijst binnenstormen.

Mijn eerste kennismaking met Papendal was…
“Tijdens de Z@pp Zomerspelen in 2007. Als broekie kwam ik aan #OpPapendal en deed aan vier verschillende sporten mee. Toen vond ik het al een gave plek, natuurlijk niet wetende dat ik hier zoveel jaren later intern zou zitten. Ik badmintonde toen ook nog helemaal niet. Mijn eerste kennismaking met badminton #OpPapendal was toen ik op 12-jarige leeftijd werd opgenomen in de jeugdselectie.”

Ik begon met badminton toen…
“Ik 10 jaar was. Of ja, eigenlijk begon ik op mijn zesde al met badminton. Alleen stopte ik er na 2 à 3 maanden weer mee, omdat ik het toen een stomme sport vond. Tot aan mijn tiende heb ik veel verschillende sporten beoefend: basketbal, dansen, schaatsen en voetbal. Op een gegeven moment begon mijn zusje met badminton. Ik ging een keer mee kijken en toen vond ik het toch weer een leuke sport. Binnen 2.5 jaar zat ik in de Nederlandse jeugdselectie. Daarna ging het allemaal heel snel. Ik mocht ook altijd mee met oudere selecties, omdat ik heel groot was voor mijn leeftijd. Op mijn dertiende was ik al 1 meter 80.”

Als ik niet zou badmintonnen, dan…
“Zou ik zeker een andere sport beoefenen. Ik vind elke sport eigenlijk wel leuk. Basketbal bijvoorbeeld, dat kon ik ook best goed. Alleen op een bepaald moment moest ik kiezen tussen badminton en basketbal. Dansen vind ik ook super leuk trouwens. En ik heb op een schooltoernooi weleens een record gegooid met speerwerpen. En buiten sport vind ik reizen ook erg leuk. Natuurlijk kom ik met badminton ook vaak in het buitenland, maar dit is dan alleen voor een bepaald toernooi. Je kunt verder niet op ontdekking gaan of het land echt ervaren. Het eerste wat ik zou willen doen, na mijn topsportcarrière, is het maken van een wereldreis. Dat wil ik echt heel graag.”

Mijn allergaafste ervaring is…
“Het WK in China in 2018. Badminton is in Azië heel erg groot. Het is één van de bekendste sporten daar. Je wordt ook meteen als bekend iemand aangezien en mensen willen met je op de foto. Badminton leeft daar heel erg. Er staan rijen buiten en je speelt daar echt in een groot stadion. We wonnen ook de eerste wedstrijd daar, terwijl we ons maar net hadden geplaatst. Dat was wel echt één van mijn hoogtepunten tot nu toe.

Buiten de sport is mijn allergaafste ervaring mijn reis naar Bali. Ik zat niet echt lekker in mijn vel, kreeg een week vrij en ben toen spontaan in mijn eentje naar Bali gegaan. Daar ben ik mezelf wel tegengekomen maar het was ook een hele mooie ervaring.”

Het leukste aan topsport vind ik…
“Toch wel de diversiteit. Je hebt natuurlijk dagen dat je heel hard aan het trainen bent. Naast het badminton waar je mentaal sterk moet zijn en veel tactisch moet denken, doe je ook nog aan krachttraining. En het op reis zijn voor toernooien vind ik ook leuk, je ziet toch veel meer van de wereld dan een reguliere student. Maar ook het streven om het beste uit jezelf te halen. Er zit dus ook een stukje ambitie in. De combinatie van diversiteit en ambitie omschrijft topsport wat mij betreft het beste.”

Het leukste aan badminton vind ik…
“Dat het een snel en tactisch spel is. Dat is ook een van mijn sterkere punten. Ik kan het spel best goed lezen. Je moet namelijk rekening houden met veel verschillende dingen. In Azië heb je bijvoorbeeld airconditioning in de hal, daar moet je goed mee omgaan. Daarnaast is het een individuele sport, maar je staat wel samen met iemand op de baan. Ik kom uit in de gemengd dubbel, je bent dus niet helemaal alleen. Deze uitdagingen maken badminton erg leuk.”

De moeilijkste keuze tot nu toe vind ik…
“Dat ik op jonge leeftijd van club ben gewisseld. Ik zat bij mijn oude club niet op mijn plek, toen ben ik naar Den Haag gegaan. Hiervoor moest ik wel elke ochtend om kwart over 5 opstaan om de trein van 6 uur te halen. Ik trainde dan van half 8 tot half 10. Daarna ging ik naar school en vervolgens weer trainen waardoor ik altijd laat thuis was ’s avonds. Het was heel zwaar, maar ik haalde er juist veel energie uit. Door deze stap ben ik op sportief en persoonlijk vlak veel gegroeid.”

Mijn dierbaarste bezit is…
“Mijn paspoort, want anders kom ik nergens. Dan kun je ook geen toernooien spelen. Daarnaast ben ik dus erg avontuurlijk en wil ik later graag gaan reizen. Een paspoort is dan wel handig, anders kan ik het land niet uit haha.”

Winnen betekent voor mij…
“Een bevestiging dat ik op de goede weg ben. In de jeugd was winnen voor mij normaal en verliezen was slecht. Toen vond ik winnen niet speciaal. Nu ik op een hoger niveau speel waardeer ik het meer. Een partij winnen geeft aan dat er verbetering in zit, het geeft je een extra boost.”

Mijn droom is…
“Om zelf wereldtop te zijn! Dat tegenstanders de ambitie hebben om mij te verslaan. Daarnaast wil ik voor de Olympische Spelen in 2024 gaan. Als topsporter is het doel natuurlijk om daar goud te halen, maar dat is misschien niet heel reëel. Daarom ga ik voor deelname aan de Spelen, om dan vervolgens het hoogst haalbare resultaat neer te zetten.”

2019-07-09T08:49:03+00:0021 mei 2019|