Een kijkje in het leven van deze sporter.

Lees het verhaal van Steffie en laat je inspireren.

Baanwielrenster Steffie van der Peet (19 jaar) uit Den Haag kwam op haar 15e naar Papendal om haar dromen na te jagen, tegenwoordig woont ze in Apeldoorn. Een slimme dame die haar topsportcarrière combineert met de universitaire studie Biologie.

Ik ben begonnen met baanwielrennen toen…
“Mijn zus deed aan wielrennen, zij fietste altijd heel hard op haar stadsfiets naar school dus dachten mijn ouders dat ze wielrennen wel leuk zou vinden. Later volgde mijn oudste zus. Mijn ouders dachten eigenlijk niet dat ik ook op wielrennen zou willen maar op mijn achtste verjaardag vroeg ik aan hen: ‘Mag ik nu ook fietsen’? En zo ben ik begonnen op de weg. Zeven jaar heb ik in de winter veldrijden gedaan maar daar was ik niet zo goed in. Dus iemand adviseerde mijn vader om eens met mij op de baan te gaan kijken en dat vond ik echt meteen leuk. Steve, de voormalige talentcoach van de KNWU kwam op het NK naar mij en Hetty (van de Wouw, red.) toe om te vragen of we naar Papendal wilden komen. Ik had alleen geen idee wat dat inhield. Maar toen het tot me doordrong heb ik toch de keuze gemaakt om naar Papendal te verhuizen en vol voor het baanwielrennen te gaan. Dat is nu vierenhalf jaar geleden.”

Mijn sport brengt mij…
“Heel veel plezier ten eerste. Ik haal zoveel plezier uit de sport en ik ontwikkel heel erg, ook als persoon. Daarnaast brengt het mij eigenlijk mijn leven want alles in mijn leven staat in het teken van het baanwielrennen.”

Mijn beste eigenschap voor het bedrijven van topsport is…
“Discipline denk ik. Het is misschien een beetje standaard want elke topsporter heeft het nodig, maar ik merk toch wel aan mezelf dat ik echt veel discipline heb. Dat merk ik ook op andere vlakken, bijvoorbeeld op school of als het op voeding aankomt. Ik ben wel van mening dat niet alles helemaal strak hoeft te zijn want anders houd je het niet vol. Maar je moet wel je leven aanpassen en daar ben ik zeker toe bereid. Ik ben ook heel erg gemotiveerd dus iedere training ga ik er 100% voor.”

Dankbaar ben ik voor…
“De mensen om mij heen, die toch wel waardering geven. Ik ben ook heel erg dankbaar dat ik samen met Imke (Brommer, actief als piloot in het Paralympisch baanwielrennen red.) woon in Apeldoorn. Dat je altijd iemand hebt om op terug te vallen, die je steunt. De mensen die echt dicht bij me staan, daar ben ik wel dankbaar voor.”

Bang ben ik wanneer…
“Bang wil ik het niet echt noemen maar er zit toch altijd die gedachte in je hoofd dat je het misschien niet haalt. En dan denk je: ben ik wel goed genoeg? Ik heb bijvoorbeeld heel vaak vlak voor een belangrijke wedstrijd dat ik niet goed ben op de trainingen. Dat ik de week voor het EK een 200m vliegend rijd met dichte wielen, dus eigenlijk zoals je op de wedstrijd ook rijdt, en dat ik dan een hele langzame tijd neerzet. Dan ben ik wel bang dat ik het in de wedstrijd ook slecht ga doen. Tot nu toe ging de wedstrijd dan gelukkig gewoon heel goed. Daardoor bouw ik wel langzaam meer vertrouwen op. Ik kan op een wedstrijddag gelukkig wel altijd iets extra’s brengen.”

Lastig aan topsporter zijn vind ik…
“Het combineren met school, ik studeer Biologie aan de Universiteit in Wageningen. Op zich is de combinatie nog wel te doen, want ik doe langer over mijn opleiding dan andere studenten. Mijn bachelor van drie jaar hoop ik af te ronden in ongeveer vijf jaar. Het moeilijke eraan vind ik dat je steeds andere mensen ziet. Iedere periode zit je weer in een andere groep. Dus je leert wel mensen kennen alleen de volgende periode zijn het weer allemaal nieuwe gezichten. Hierdoor mis ik wel een beetje het schoolleven. Dat vind ik weleens jammer.”

Je kunt mij ’s nachts wakker maken voor…
“Haha sowieso eten. Kapsalon! Natuurlijk niet echt eten voor topsporters maar ik vind dat het wel af en toe moet kunnen. Doordeweeks eet ik gezond en in het weekend mag ik dan van mezelf weleens iets lekkers. Niet dat ik me dan helemaal vol zit te eten hoor!”

Het eerste wat ik ga doen als ik stop met baanwielrennen…
“Dat ligt er denk ik aan wanneer ik stop, ik hoop dat dit rond mijn 32e ofzo is. En ik hoop dan school afgerond te hebben, dus dan ga ik een baan zoeken. Al heb ik nu nog geen idee wat voor baan ik zou willen. Vroeger wilde ik altijd graag dierenarts worden en dus dierengeneeskunde studeren, alleen dat was niet echt te combineren met topsport. Biologie is heel breed dus daar kan ik nog veel kanten mee op. Ik zou ook graag kinderen willen krijgen en het normale leven op willen pakken.”

Winnen betekent voor mij…
“Winnen is als eerste over de streep komen en de hoogst haalbare prestatie neerzetten. Dat is zo gaaf! Al moet ik zeggen dat winnen voor mij nu nog niet eens perse de eerste plek is. Als ik bijvoorbeeld straks aan het elite EK mag deelnemen, dan is dat ook al echt een overwinning. De volgende stap is dan natuurlijk wel het podium halen.”

Mijn droom is…
“Om goud op de Olympische Spelen te halen. En het liefst meerdere keren. Je wilt de Kristina Vogel zijn, die bekend is in de hele wereld en meerdere keren goud haalde. Dat mensen over 30, 40, 50 jaar nog over je zeggen: ‘Zij was echt goed!’”

Wat ik anderen wil meegeven…
“Ik heb vaak tegenslagen meegemaakt en dan vraag ik mezelf weleens af of ik het wel ga halen. Maar dan moet je juist doorgaan! En dan blijkt dat je het toch wel kunt. Dus niet te snel opgeven!”

2019-03-28T11:04:57+00:0027 maart 2019|